top of page

Soms vertelt weerstand precies waar je moet kijken

Foto van schrijver: Anouk Hogeveen
Anouk Hogeveen
3 dagen geleden
7 minuten om te lezen

Over mijn weerstand tegen grenzen, voelen waar je eigen ja en nee zitten en wat er verandert wanneer je daar werkelijk naar gaat handelen.


Ik heb altijd een enorme weerstand gehad tegen het woord grenzen. Eigenlijk net zo sterk als tegen het woord hokjes. Alleen dat zegt waarschijnlijk al genoeg over mij. Terwijl ik dit artikel schrijf, betrap ik mezelf er zelfs op dat ik naar een ander woord zoek. Iets met meer ruimte, iets wat minder afgebakend voelt.


Een tijdje geleden zei een collega coach tegen me: ‘Ik voel dat jij nogal fluïde grenzen hebt.’ Die kwam wel binnen. Het onderwerp grenzen is me vanuit mijn vak natuurlijk meer dan bekend. Ik ken de patronen, de theorie en de mechanismen erachter en herken ze ook bij anderen. Kennis en begrijpen zijn alleen iets anders dan ervaren wat er in je eigen lijf gebeurt op het moment dat iets je raakt. Juist daar merkte ik hoe snel ik de beweging naar de ander maak. Want als ik zelf soms pas laat registreer waar mijn grens ligt, hoe kan ik dan verwachten dat een ander hem aanvoelt?


Ik heb ooit geleerd: eerst je eigen nee voelen en daarna je eigen ja. Daar zit voor mij veel in. Eerst registreren wat er in mijn lijf gebeurt en daar even bij blijven voordat ik ga bedenken waarom iemand iets doet, wat mijn reactie voor diegene betekent of welke consequenties mijn keuze kan hebben.


Dat oversteken naar de ander gaat bij mij namelijk razendsnel. Ik kan veel begrijpen, plaats gedrag gemakkelijk in een context, zie meestal meerdere kanten van een verhaal en oordeel niet snel. Eigenschappen waar ik oprecht blij mee ben. Tegelijkertijd kan juist daar iets gebeuren: voor ik goed heb gevoeld wat iets met míj doet, ben ik al bezig met de ander.


Als je eigen gevoel ooit te veel was

Tijdens die coachsessie ging ik terug naar een ervaring uit mijn vroege jeugd. Als ik als peuter een driftbui had, werd ik meerdere keren met mijn kleren aan onder een koude douche gezet. Die herinnering had ik behoorlijk ver weggestopt. Ik houd mijn ouders hoog en voel weinig behoefte om daar met de kennis van nu een oordeel over te vellen. Het was een andere tijd en ook zij kwamen ergens vandaan. Wat me tijdens die sessie vooral raakte, was het besef van wat er voor dat kleine meisje gebeurde. Ik voelde van alles en daar was op dat moment geen ruimte voor. Wat ik voelde, wilde of nodig had, telde op zo’n moment niet mee. Mijn emotie moest stoppen en werd in mijn beleving bijna letterlijk door het putje gespoeld.


Dat besef kwam behoorlijk binnen. Zo’n ervaring geeft natuurlijk geen eenvoudige verklaring voor hoe je later in je leven reageert. Het maakte voor mij wel zichtbaar hoe vroeg we leren omgaan met wat we voelen. Wanneer jouw sterke emoties lastig zijn voor de mensen van wie je afhankelijk bent, kun je heel goed worden in reguleren, binnenhouden en aanvoelen wat een ander aankan.


Dat laatste kan later zelfs een kwaliteit worden. Je voelt mensen goed aan, kunt je gemakkelijk verplaatsen in hun perspectief en houdt rekening met wat er bij hen speelt. Het wordt ingewikkeld wanneer je zó goed registreert wat er bij de ander gebeurt dat je eigen gevoel pas daarna aan de beurt komt.


Eerst voelen waar je zelf staat

We praten vaak over grenzen aangeven. De nadruk ligt dan op het moment waarop je iets naar buiten brengt: zeggen dat iets voor jou niet werkt, ergens niet in meegaan of duidelijk maken wat je wel of niet accepteert.


Daar gaat iets wezenlijks aan vooraf: voelen waar je zelf staat.


Soms vraagt dat letterlijk om even wachten voordat je reageert. Wat gebeurt er in mijn lijf? Wat vind ik hiervan? Voel ik een ja of een nee? Wil ik hierin meegaan? Past dit bij mij?


Vanuit mijn vak kan ik daar allerlei patronen bij herkennen en verklaren. Toch helpt analyse op zo’n moment maar tot op zekere hoogte. Je lijf kan allang iets geregistreerd hebben terwijl je hoofd nog druk bezig is begrip te organiseren.

Daar zit voor mij het verschil tussen kennis hebben en die kennis steeds meer integreren in hoe je leeft. Je kunt precies begrijpen waarom een patroon bestaat en het ondertussen zelf blijven uitvoeren. Pas wanneer je het op het moment zelf herkent, ontstaat er ruimte om een andere keuze te maken.


Je ja hoort er net zo goed bij

Mijn weerstand tegen het woord grenzen komt voor een deel doordat ik het lang associeerde met tegenhouden en afbakenen. Een denkbeeldig hek: tot hier en verder niet.


Daarmee doe je grenzen tekort.


Ze vertellen minstens zoveel over wat je wel wilt. Over waar je ja zit, wat je belangrijk vindt, hoe je wilt leven, hoe je met mensen wilt omgaan en hoe je zelf behandeld wilt worden. Over waar je tijd aan wilt besteden, wat je wilt beschermen en waar je juist ruimte aan wilt geven.


Dat verandert voor mij de betekenis behoorlijk. Een grens zegt ook: dit past bij mij, dit vind ik belangrijk, hier kies ik voor en hier wil ik voor staan. Je eigen nee en je eigen ja horen bij elkaar. Als je beide kunt voelen, ontstaat er ruimte om bewust te kiezen hoe je je tot een ander wilt verhouden.


Gesprekken van vrouw tot vrouw

Laatst had ik daar een heel mooi gesprek over met een andere vrouw. Zo’n gesprek van vrouw tot vrouw waarin je allebei vanuit je eigen leven praat en ondertussen merkt hoeveel herkenning er kan zitten in de vragen die je jezelf stelt.


We spraken over hoe ingewikkeld het kan zijn om bij je eigen gevoel te blijven zodra jouw keuze gevolgen heeft voor iemand anders. Over schuldgevoel dat kan ontstaan wanneer iemand verdrietig, boos of teleurgesteld reageert en over hoe gemakkelijk je vervolgens alsnog begint te schuiven.


Ik vind dat soort gesprekken bijzonder. Het verhaal van een ander kan iets in jezelf zichtbaar maken zonder dat jullie ervaringen hetzelfde hoeven te zijn. Hoeveel rekening houden met een ander voelt nog goed? Wanneer ga je daarin aan jezelf voorbij? Hoe blijf je bij iets wat voor jou belangrijk is wanneer de ander daar iets heel anders bij voelt?


In dat gesprek realiseerde ik me opnieuw hoe gemakkelijk ik voor gedrag een verklaring kan vinden. Als je graag begrijpt en weinig behoefte hebt aan oordelen, kun je vaak zien waar iets vandaan komt en waarom iemand reageert zoals die reageert. Dat begrip zegt alleen nog niets over wat voor jou klopt.


Weinig oordeel hebben betekent niet dat alles voor mij oké hoeft te zijn

Ik ben wars van oordeel en van mensen snel in een hokje stoppen. Ik wil graag begrijpen wat ergens onder zit en verschillende kanten kunnen blijven zien. Die eigenschap wil ik graag behouden. Daar hoort óók bij dat ik ergens iets van mag vinden. Ik kan begrijpen waarom iemand iets doet en tegelijkertijd voelen dat ik bepaald gedrag niet accepteer. Ik kan zien waar iemands pijn vandaan komt zonder de gevolgen daarvan steeds zelf te dragen. Ik kan van iemand houden en ergens anders over denken. Ik kan rekening houden met een ander en toch een keuze maken die voor mij belangrijk is.


Ergens iets van vinden en iemand veroordelen zijn twee verschillende dingen. Dat onderscheid geeft mij ruimte. Mijn vermogen om de ander te begrijpen hoeft niet te verdwijnen om duidelijk te kunnen zijn over mezelf.


Als je zelf anders gaat staan

Het werkelijk integreren van dit soort inzichten heeft ook effect op de mensen om je heen. Een partner, kinderen, een ex-partner, familie, vrienden en collega’s kennen je zoals je lange tijd hebt gereageerd. Als jij degene bent die veel begrijpt, flexibel is, opvangt en regelmatig nog een extra balletje uit de lucht pakt, ontstaat daar vanzelf een bepaalde dynamiek omheen.


Wanneer jij anders gaat handelen, beweegt die dynamiek mee.


Je zegt tegen je partner dat iets voor jou belangrijk is. Tegen je kind dat je bepaald gedrag niet accepteert. Tegen een ex-partner dat je ergens niet in meegaat. Tegen een vriend dat jij iets anders ziet. Op een ander moment kies je juist volmondig voor iets wat jij wilt, ook wanneer dat voor je omgeving iets betekent.


De grootste verandering kan juist zitten in de rust waarmee je iets zegt en vervolgens blijft bij wat je hebt gevoeld. Voor de mensen om je heen kan dat behoorlijk wennen zijn. Er kan weerstand ontstaan en een verhouding kan veranderen. Soms krijgen mensen uiteindelijk een andere plek in je leven. Dat hoort ook bij patronen die veranderen. Zodra één persoon een andere positie inneemt, verandert er iets in het geheel.


Niet ieder balletje hoeft door mij gevangen te worden

Op mijn werk vind ik dit vaak overzichtelijker. Als er twintig ballen in de lucht hangen, bepalen we welke prioriteit hebben, wat kan wachten en wie waarvoor verantwoordelijk is. Al ben ik ook daar vrij gemakkelijk degene die zegt: geef maar, ik vang dat balletje nog wel even.


In persoonlijke relaties liggen die prioriteiten minder overzichtelijk op tafel. Liefde, loyaliteit, verantwoordelijkheid, verwachtingen en geschiedenis spelen allemaal mee. Juist daar kan het spannend worden om te zeggen: dit accepteer ik, dit wil ik anders, hier kies ik voor of dit is voor mij belangrijk.


En daar zit voor mij ook de andere kant. Het gaat evengoed over durven kiezen voor wat je wél wilt. Welke relatie wil ik? Hoe wil ik leven? Waar wil ik tijd en aandacht aan geven? Waar word ik blij van en wat vind ik belangrijk genoeg om ruimte voor te maken?


Je nee en je ja horen bij elkaar. Zonder goed contact met beide wordt meebewegen gemakkelijk iets wat vanzelf gebeurt, terwijl ik juist wil kunnen kiezen wanneer en hoe ver ik beweeg.


Bewegen vanuit je eigen plek

Ik zal waarschijnlijk nooit dol worden op het woord grenzen. Ik houd van fluïde, van ruimte, van mensen die zich niet gemakkelijk in hokjes laten stoppen en van de mogelijkheid om opnieuw te kijken wanneer nieuwe informatie daar aanleiding toe geeft.


Wat voor mij verandert, is het vertrekpunt.


Eerst voelen waar ik zelf sta. Mijn nee én mijn ja registreren, weten wat ik belangrijk vind en waar ik voor kies. Vanuit die plek kan ik naar de ander bewegen, rekening houden, begrijpen, onderhandelen en soms ook van gedachten veranderen.

Dan blijft er ruimte tussen mensen, zonder dat ik mezelf onderweg oversla.


En daarmee kom ik eigenlijk weer terug bij mijn weerstand waarmee dit artikel begon. Juist de dingen waar we weerstand op voelen, kunnen iets aanwijzen wat de moeite waard is om nader te bekijken.


Bij mij bleek dat het woord grenzen.

En vooruit, ik begin het inmiddels iets beter te verdragen.


Daar waar we elkaar raken


Anouk Hogeveen

 
 
 

1 opmerking


Javaans meije
2 dagen geleden

Het begint volgens mij met het onderzoek. Wie ben ik en wat voelt voor mij wel of niet oké? Mag ik er zijn en het uitspreken? Kan ik het hebben dat iemand boos of teleurgesteld is? Of zelfs probeert over mijn grenzen, die ik dan net heb gevonden, heen te gaan. En dan, waar zit er ruimte? En waar zeker niet? Bovendien, grenzen zijn nodig in interactie met anderen. In je eentje heb je ze niet nodig ;-).

Mooi onderwerp ook voor een podcast!

Like
bottom of page