top of page

Kun je me hebben met alles wat er is?

  • Foto van schrijver: Anouk Hogeveen
    Anouk Hogeveen
  • 13 jun
  • 6 minuten om te lezen

Over de eerste echte botsing in een relatie, oude patronen en de weg terug naar elkaar.


Ergens aan het begin van onze relatie maakte ik er weleens een grap over.

"Wacht maar."

"Over een maand of zes vind je me vast een stuk minder leuk."

Half lachend, maar niet helemaal.


Want ergens wist ik dat dat moment zou komen. Niet omdat ik dacht dat het mis zou gaan, maar omdat ik inmiddels weet dat er in vrijwel iedere relatie een moment komt waarop de roze bril een beetje afgaat. Het moment waarop je elkaar niet langer alleen ontmoet in de verliefdheid, maar ook in de stukken die ingewikkelder zijn.

En toch is het iets anders wanneer je er middenin zit.


Wanneer je elkaar voor het eerst écht tegenkomt

De aanleiding was niet eens zo bijzonder. Iets met communicatie, verwachtingen en plannen. Het soort dingen waar relaties nu eenmaal over gaan. Maar zoals dat vaker gaat, bleek het niet alleen daarover te gaan. Want wanneer het schuurt tussen twee mensen, schuurt er vaak meer mee dan alleen het moment zelf. Onder een irritatie kan teleurstelling liggen, onder een verwijt een verlangen en onder boosheid soms verdriet. En onder veel conflicten ligt uiteindelijk dezelfde vraag:


Zie je mij nog?


Eerlijk gezegd had ik die eerste botsing ook een beetje zien aankomen. Vanuit ervaring. Vanuit kennis. Misschien ook vanuit nieuwsgierigheid. Want hoe zit dat eigenlijk wanneer de verliefdheid plaatsmaakt voor iets anders? Vind je elkaar dan nog steeds leuk? Kun je elkaar blijven zien wanneer niet alleen de mooie kanten zichtbaar worden, maar ook de gevoeligheden, eigenaardigheden en stukken die minder gemakkelijk zijn? Tegelijkertijd moet je uitkijken dat kennis geen voorspelling wordt en een voorspelling geen zelfvervullende profetie. Want als je lang genoeg verwacht dat het moeilijk wordt, ga je soms onbewust op zoek naar de bevestiging daarvan.


Het contract dat nooit helemaal werkt

In de eerste weken van onze relatie maakten we ook een soort contract.

Gekscherend natuurlijk. Daarin stond van alles. Dat we niet met ruzie zouden gaan slapen. Dat we elkaar zouden vertellen wat er speelde. Dat we geen onnodige drama's zouden veroorzaken. Dat we iedere avond met een kus en een knuffel naar bed zouden gaan. Prachtige afspraken. En tegelijkertijd een beetje onmogelijk. Want soms valt iemand moe in slaap. Soms loopt een dag anders. Soms vergeet je iets. En soms blijkt dat een gemiste knuffel veel meer betekenis te krijgen dan je vooraf had gedacht.


Niet omdat het werkelijk over die knuffel gaat, maar omdat kleine momenten soms grote gevoelens raken. Teleurstelling. Verlangen. De behoefte om belangrijk te zijn voor de ander.Juist daar wordt zichtbaar dat relaties zelden gaan over wat er aan de oppervlakte gebeurt. Het gaat bijna nooit over de planning, de afwas of een vergeten kus voor het slapengaan. Daaronder speelt vaak een heel ander gesprek.


Het gaat zelden over de ruzie

Een ruzie vertelt vaak niet alleen iets over wat er tussen twee mensen gebeurt, maar ook over wat ieder van hen meebrengt: hun geschiedenis, hun gevoeligheden, hun beschermingsmechanismen en de lessen die ze ooit leerden over liefde, verbinding en nabijheid. Dat maakt dat een discussie over iets praktisch soms veel groter voelt dan de situatie zelf. Omdat er iets wordt geraakt wat al veel langer bestaat. Niet gezien worden, niet gehoord worden, niet belangrijk zijn of niet geliefd zijn. Grote woorden misschien. Maar vaak zijn het precies die oude gevoelens die ergens op de achtergrond meebewegen wanneer een conflict groter voelt dan de situatie zelf lijkt te rechtvaardigen.


Het kleine meisje in het rode bedje

Eerlijk gezegd had ik altijd een lichte allergie voor het idee van "het kleine meisje in jezelf". Misschien mijn nuchtere Hollandse kant. Misschien mijn Nederlands-Indische achtergrond, waarin boodschappen als hoofd omhoog, niet zeuren, sterk blijven en gewoon doorgaan me niet onbekend zijn. Dat kleine meisje op schoot nemen? Ik vond het eerlijk gezegd allemaal net een brug te ver. Tot ik tijdens een relatietraject de opdracht kreeg om een knuffel te kopen als symbool voor dat kleine meisje. Ik weet nog hoe ongemakkelijk ik dat vond.



Niet omdat ik geen innerlijk werk had gedaan. Integendeel. Ik heb veel gekeken naar mijn gezin van herkomst, mijn plek als dochter en de relatie met mijn moeder. Daar is veel veranderd. De ordening is rustiger geworden. Ik de dochter. Zij de moeder. En toch merk ik dat dat kleine meisje zich nog altijd laat zien. Juist in relaties. Juist wanneer verbinding onder druk komt te staan.


Soms zie ik haar nog voor me. Dat meisje in haar pyjama. Op haar kamertje. Met het rode bedje en de boerenbontgordijntjes. Als ik boos was geweest, verdrietig of ruzie had gehad, trok ik me terug. Ik ging naar boven en kwam pas weer beneden wanneer het over was. Wanneer ik weer rustig was geworden. Wanneer ik mezelf weer had herpakt. Achteraf zie ik dat daar een belangrijke boodschap verborgen lag.


Dit stuk doe je alleen.

Ontregeling los je zelf op.

Kom maar terug wanneer het weer goed gaat.


Vanuit de transactionele analyse zou je kunnen zeggen dat ik daar ook mijn strokes (erkenning) op kreeg. Niet voor mijn boosheid, verdriet of verwarring, maar voor het feit dat ik mezelf weer had herpakt. Dat ik weer rustig was. Dat ik het zelf had opgelost. Begrijp me niet verkeerd, ik denk niet dat daar iets verkeerds of onliefdevols in zat. Maar een kind leert ondertussen wel iets. Dat zelfstandigheid gewaardeerd wordt. Dat je het zelf kunt. Dat je terug mag komen wanneer het weer onder controle is. En die boodschap leeft nog steeds ergens diep in mij.


Twee manieren van vertrekken

Wanneer het spannend wordt, vertrekken we allebei. Alleen niet op dezelfde manier.

Ik vertrek naar binnen. Naar mijn eigen wereld van gedachten, gevoelens en conclusies. Naar de plek waar ik probeer te begrijpen wat er gebeurt en waarom het me zo raakt. Mijn partner vertrekt juist richting doen. Richting oplossen, regelen en fiksen. Naar alles wat praktisch en concreet is.


De vorm verschilt.

De beweging is dezelfde.


We bewegen allebei weg van de kwetsbare plek waar het eigenlijk over gaat. Van verdriet. Van onzekerheid. Van verlangen. Van de behoefte om contact te voelen.

Het bijzondere is dat hij juist degene is die vaak zegt: "We doen het samen. Je hoeft het niet alleen te doen. Ik ben er." Woorden die me raken. Woorden waar ik diep van binnen misschien zelfs naar verlang. En tegelijkertijd zie ik dat ook hij zijn eigen manier heeft om met moeilijke dingen om te gaan. Wanneer hij geraakt wordt, is zijn eerste beweging vaak richting zelf oplossen, regelen en doorgaan. Precies daar hebben we elkaar ongetwijfeld gevonden.


Op de plek waar we allebei iets kennen van alleen doen. Alleen hebben we er ieder onze eigen vorm aan gegeven.



Kun je me hebben met alles wat er is?

Bij Phoenix gebruiken we soms een vraag die me de laatste tijd bezighoudt:


"Kun je me hebben met alles wat er is?"


Niet alleen met mijn leuke kanten. Niet alleen met mijn enthousiasme, humor en energie. Maar ook met mijn onzekerheid, mijn gevoeligheden en mijn reacties wanneer iets me raakt. Met de oude verhalen die soms ineens weer opduiken en met de delen van mezelf die ik niet altijd begrijp. En andersom. Kan ik jou hebben met alles wat er is? Met de dingen die ik begrijp én met de dingen die ik niet begrijp. Met jouw manier van omgaan met spanning. Met de stukken die soms schuren. Met eigenschappen die ik misschien niet direct zou hebben uitgekozen. Want misschien is dat uiteindelijk wat liefde vraagt. Niet dat we alles van elkaar begrijpen of leuk vinden.

Maar dat we bereid blijven elkaar te ontmoeten met alles wat erbij hoort. Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk blijkt het een van de meest uitdagende oefeningen die er zijn.


De weg terug naar elkaar

En dan blijft er één vraag over. Hoe dan? Hoe stap je uit dat ongemak? Uit die onzekerheid? Uit het vertrekken? Esther Perel zegt dat het in relaties niet gaat om het voorkomen van ruzies. Het gaat om het vermogen om te herstellen na een ruzie.Die gedachte is me bijgebleven. Want als ik om me heen kijk, ken ik eigenlijk geen enkele duurzame relatie zonder botsingen, misverstanden of momenten van verwijdering. De vraag is niet óf ze gebeuren. De vraag is wat je doet wanneer ze gebeuren.


Kun je terugkomen op wat er is gezegd?

Kun je vertellen wat er werkelijk geraakt werd?

Kun je luisteren zonder direct te verdedigen of op te lossen?

Kun je opnieuw contact maken wanneer je elkaar even kwijt bent geraakt?


Daar zit het hart van een relatie. Niet in het vermijden van de breuk, maar in het vertrouwen dat er een weg terug is.Naar contact, naar verbinding, naar elkaar. Dat is wat volwassen liefde vraagt. Erop leren vertrouwen dat je elkaar weer kan vinden.


Misschien herken je iets van dit verhaal. Dat een conflict meer raakt dan de situatie zelf. Dat er onder irritatie, teleurstelling of afstand iets anders zichtbaar wordt. Soms helpt het om daar samen met aandacht naar te kijken. Niet om de ruzie op te lossen, maar om beter te begrijpen wat er werkelijk speelt.


Je bent van harte welkom.


Daar waar we elkaar raken.


Anouk Hogeveen

Opmerkingen


bottom of page